les 75 – De Brief aan Titus

Les 75 – DE BRIEF AAN TITUS

VRAGEN VOOR ZELFSTUDIE (Les 75)

  1. Zeg in eigen woorden wat wij van Titus weten.
  2. Wat bedoelt Paulus met 1:1-3?
  3. Waarom werd Titus op Kreta achtergelaten?
  4. Welke hoedanigheden moet volgens de Schrift een ouderling hebben?
  5. Door welke oorzaak was op Kreta de waarheid in gevaar?
  6. Hoe moeten oude mannen zich gedragen?
  7. En hoe oude vrouwen?
  8. En hoe jonge vrouwen?
  9. En hoe jonge mannen?
  10. En hoe slaven?
  11. Hoe wordt de “leer van God versierd”?
  12. Wat brengt de genade aan?
  13. Waartoe voedt de genade op?
  14. Waar moet de Christen naar uitzien?
  15. Wat is het verschil tussen “de zalige hoop” en de “verschijning in heerlijkheid”?
  16. Welk bewijs van de Godheid van Christus geeft 2:13?
  17. Noem de drie doelen, waarvoor Christus Zich voor ons heeft gegeven (vs. 14).
    N.B. In vers 14 vinden wij vier kostelijke waarheden bij elkaar: verzoening, verlossing, heiliging en goede werken.
  18. In welke verhouding staat de gelovige tot de burgerlijke overheid?
  19. In welke verhouding staat de gelovige tot de andere gelovigen?
  20. Voeg 2:11 en 3:4 aaneen en geef de geïnspireerde definitie van genade.
  21. Welk aandeel in onze verlossing hebben onze goede werken gehad?
  22. Waarom heeft God ons verlost?
  23. Hoe zijn wij gerechtvaardigd?
  24. Aan wie zijn goede werken voorgeschreven?
  25. Welke dingen zijn “onnut en ijdel”?
  26. Is ketterij zonde?
  27. Wat moet met een ketterse mens worden gedaan?

I. ALGEMENE OPMERKINGEN

Uit bepaalde gegevens heeft men opgemaakt dat de Brief aan Titus in hetzelfde jaar geschreven is als de eerste Brief aan Timotheüs, misschien wel heel kort na elkaar. De aanleiding was bij beide brieven hetzelfde. 

Timotheüs werd in Efeze achtergelaten en Titus op Kreta, om orde op zaken te stellen in die gemeenten. Daarom kregen beiden een Brief met richtlijnen en een verklaring van geestelijk gezag. Dit wil niet zeggen dat zij persoonlijk gezag konden doen gelden over deze gemeenten, maar dat zij waren afgevaardigd door de apostel, die een “gezondene” was van de verrezen en verheerlijkte Christus.

Deze twee Brieven met “instructies” hebben natuurlijk veel gemeen. Hun karakteristieke verschillen komen voort uit de verschillende toestanden in de gemeenten, waaraan zij respectievelijk werden geschreven. 

Aan Timotheüs schrijft Paulus:

“Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven, … opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren”
(1 Timotheüs 1:3).

Aan Titus:

“Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb” (Titus 1:5).

In beide Brieven gaat het om de leer en de orde in de gemeente, maar de Brief aan Timotheüs legt meer nadruk op de leer, en die aan Titus op de orde in de gemeente.

II. INDELING

Evenals de Brief aan Timotheüs is deze Brief moeilijk structureel onder te verdelen. Toch zouden we de volgende indeling willen geven:

  1. Groet Titus – 1:1-4
  2. Kenmerken van ouderlingen – Titus 1:5-9
  3. Waarschuwing tegen valse leraars – Titus 1:10-16
  4. Instructies voor verschillende groepen – Titus 2:1-3:11
    1. Voor oudere mannen
    2. Voor oudere vrouwen
    3. Voor jonge vrouwen
    4. Voor jonge mannen
    5. Voor dienstknechten
    6. Basis voor bovengenoemde instructies
    7. Algemene instructies
  5. Persoonlijk besluit – Titus 3:12-15

Tegenwoordige waarheid

In het tweede hoofdstuk vinden wij een prachtige samenvatting van de omstandigheden in de tegenwoordige bedeling der verborgenheid:

  1. De zaligmakende genade Gods is verschenen en wordt gepredikt aan alle mensen
  2. Niet alle mensen, maar wij die geloven worden door de genade onderwezen
  3. Wij zouden matig (beperkt, bescheiden) leven te midden van een vijandige wereld
  4. Wij zouden verwachten de toekomende verlossing (van ons lichaam) (Romeinen 8:23)
  5. God verzamelt en reinigt Zich een volk voor Zijn Naam


Naar Les 76 – De brief aan Titus