Les 83 – De tweede Brief van Johannes

Les 83 – DE TWEEDE BRIEF VAN JOHANNES

VRAGEN VOOR ZELFSTUDIE (Les 83)

  1. In welk officieel ambt en aan wie schrijft Johannes?
  2. Hoe dikwijls wordt “de waarheid” vermeld in deze korte Brief?
  3. Voor welke gevaarlijke dwaalleer worden wij hier gewaarschuwd?
  4. Hoe toont hij aan, dat de leer over de Persoon van Christus absoluut onmisbaar is voor de ware christen?
  5. Kunnen wij gemeenschap oefenen met leraars, die een dwaalleer verbreiden over Christus?

I. ALGEMENE OPMERKINGEN

1. Adressering (vs.1)

Deze Tweede Brief is geschreven door de “oudste” (Johannes) aan de “uitverkoren Vrouwe en haar kinderen” (vs.1). Het woord “oudste” heeft hier dezelfde betekenis als in 1 Petrus 5. Sommigen denken dat met “de uitverkoren vrouwe” een gemeente bedoeld wordt en met “haar kinderen” de leden van de gemeente. Maar voor deze gedachte is niet de minste grond.

Het woord “kyria” (dame) sluit deze betekenis uit. Deze vrouw was een Christin, algemeen bekend en geliefd. De titels “uitverkoren” en “vrouwe” duiden op een invloedrijke en adellijke komaf. Zij had kinderen van wie Johannes bevonden had, dat zij in de waarheid wandelden. Aan het eind van de Brief ontdekken wij dat zij ook een zuster had waarvan de kinderen zich blijkbaar in dezelfde plaats bevonden waar Johannes was, waarschijnlijk in Efeze. Een en ander heeft geleid tot het vermoeden dat deze vrouwe en haar zuster de beide dochters waren van Claudia en Pudens uit 2 Timotheüs 4:21. Zij zijn bekend als Pudentiana en Prassede. Het alternatief is dat deze vrouw Claudia zelf is, en haar zuster Eurgain. Wij kennen hen allen als behorende tot de Britse koninklijke familie in gevangenschap in Rome.

2. “In de waarheid wandelen” (vs.4)

Het sleutelwoord van deze Brief is “waarheid”. De apostel laat hen weten dat hij hen liefheeft, evenals andere gelovigen in de waarheid. Dat is de grond van werkelijke liefde; ieder kind van God – man, vrouw of kind – wordt geliefd ter wille van de gezegende waarheid, zo overvloedig geopenbaard in de eerste Brief: de Waarheid, welke is Christus Zelf. En die waarheid “blijft in ons en zal met ons zijn tot in eeuwigheid” (vs.2).

De geopenbaarde waarheid bindt dus allen die Hem kennen samen in nauwste gemeenschap. De grote blijdschap van de apostel is dat hij gevonden had dat deze moeder en kinderen “in de waarheid wandelen, gelijk wij een gebod van de Vader hebben ontvangen” (vs.4; vgl. 1 Johannes 3:14).

De waarheid kennen betekent vanzelfsprekend: “In de waarheid wandelen”. Iemand die beweert de waarheid te hebben en er niet in wandelt, toont dat hij de waarheid niet kent in zijn hart. Maar wandelen in de waarheid is het resultaat van het hebben en het kennen van de waarheid.

3. Het oude en het nieuwe gebod (vs.5, 6)

Hier vinden wij het oude en nieuwe gebod, namelijk “dat wij elkaar liefhebben”. Het was oud, omdat het geopenbaard was in Christus Zelf; nieuw, omdat het evenzeer in ons is als in Hem. Goddelijke liefde vloeit uit liefde en reproduceert zichzelf in allen die de waarheid kennen, = Christus kennen. “En dit is de liefde, dat wij naar Zijn geboden wandelen” (vs.6). Het betekent gehoorzaamheid aan Hem! En wat is gehoorzaamheid anders dan liefde in uitoefening !

4. Waarschuwing tegen valse leraars en hun leringen (vs.7)

“Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Deze is de verleider en de antichrist.”

Gedurende deze gehele bedeling heeft de oude slang veel pogingen ondernomen om Christus aan te vallen en de leugen betreffende Zijn Persoon en heerlijkheid te verbreiden. Maar in deze eindtijd heeft hij zijn aanvallen verdubbeld. Daarom is deze Brief ook een zeer ernstige waarschuwing voor ons allen.

De loochening dat Jezus de beloofde Christus is, wordt genoemd door Johannes in zijn eerste Brief (1 Johannes 2:22; 4:2, 3). Het omvat alle fasen van valse leringen betreffende Christus, de Zoon des Vaders. Het is een ontkenning van Zijn wezenlijke Godheid, Zijn ware mensheid, Zijn maagdelijke geboorte, Zijn volmaaktheid, Zijn heilig karakter, Zijn lichamelijke opstanding en Zijn lichamelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid. 

Wij behoeven er niet op te wijzen hoeveel van deze antichristen er in onze dagen rondlopen en zelfs de kansels beklimmen. Johannes brandmerkt hen in duidelijke woorden als “verleiders” en “bedriegers”. Het doet er niet toe welke namen zij hebben, welke graad zij bezitten, welke prettige karakters zij hebben; als zij de Persoon en het werk van Christus aantasten, zijn zij zonder meer bedriegers. Daarom vermaant Johannes hen om er ijverig op toe te zien dat zij niet door iets van dit vreselijke zuurdesem worden geïnfecteerd en loon derven (vers 8).

5. Instructies

Na de waarschuwing voor de verleiders en hun boze leringen komt een Goddelijk gebod, dat even bindend is als elk ander gebod in het Woord van God: “Indien iemand tot ulieden komt, en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis, en zegt tot hem niet: “Zijt gegroet” (vs. 10).

Dit is sterke taal en toch niet te sterk, als wij bedenken wat er op het spel staat. lemand die niet “de leer van Christus” brengt (vs. 9), de leer zoals ontvouwd in de voorgaande Brief betreffende Christus, de Zoon van God, gekomen als vervulling van Gods beloften, stervend voor zondaars en alles wat daarmee samenhangt, is een antichrist. Bovendien maakt hij God tot een leugenaar. Door de leer van Christus te loochenen, berooft hij God van Zijn eer en de mens van zijn verlossing.

En ieder mens die de maagdelijke geboorte of de lichamelijke opstanding van Christus ontkent, is zo iemand. Hij moet worden gemeden. Gemeenschap met hem is onmogelijk. Hij mag niet worden ontvangen of verwelkomd in enig christelijk huis. Is dat onverdraagzaam? Ja, dat is de onverdraagzaamheid van Goddelijke liefde. Als wij zulke verleiders tolereren en met hen ook maar op de geringste wijze gemeenschap oefenen, steunen wij iemand die Christus loochent!

God zal allen ter verantwoording roepen die gemeenschap oefenen met enig mens of instituut, die Zijn Zoon en Zijn heerlijkheid loochenen. Dat is wel flagrant in strijd met de algemene opvatting in onze dagen. Vandaag wordt de vermenging en het samengaan met modernisten en bijbelcritici beschouwd als een kenmerk van Christelijke liefde en verdraagzaamheid. Maar laten we ons niet vergissen: het is de Heere een gruwel! “Want wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken” (vers 11).

II. INDELING

  1. Wandelt in de waarheid – vers 1-4
  2. Hebt elkander lief – vers 5-6
  3. Ontvangt geen verleiders – vers 7-11
  4. Verblijdt u in de gemeenschap – vers 12-13


Naar Les 84 – De Brief van Judas