De God en Vader van onzen Heere …

Zes Bijbelverzen met “de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus”

Er zijn in het Nieuwe Testament zes Bijbelverzen met daarin deze uitdrukking:

“de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus”

Wie weet hoe de “Godheid” in de Bijbel beschreven wordt, fronst wellicht de wenkbrauwen over hoe het hier staat beschreven. Hier kún je het namelijk lezen als dat de Here Jezus Christus een Vader heeft, Die ook Zijn God is. Daarmee wordt een mogelijkheid geboden om te zeggen dat de Here Jezus Christus géén God is. En dat is niet conform de Schrift!

In de Statenvertaling komt het “van onzen” maar zes keer voor, te weten: Romeinen 15 : 16; 1 Korinthe 1 : 3; 2 Korinthe 11 : 31; Efeze 1 : 3; Kolossenzen 1 : 3. Het is de vertaling van het Griekse “hēmōn”. Er is alle reden om af te wijken van het “van onzen”. Persoonlijk vind ik het namelijk geen goede vertaalkeuze. De vraag waarom de vertalers het zo gedaan hebben, is niet echt goed te beantwoorden. We kunnen ze het niet meer vragen. Wellicht heeft het iets te maken met de drie-eenheidsleer, die – helaas, helaas – de reformatie overleefd heeft.

Want via “van onzen” kan er van gemaakt worden dat “de God en Vader” de “voortbrenger” is van “onzen Heere Jezus Christus”. De grap is, dat dit ook zo is, want er is in heel de Bijbel sprake van Eén God, Eén Wezen Gods, dus er wordt niks verkeerd gezegd. Maar toch geeft “van onzen” ruimte aan degenen die juist van “Gods Eénheid” iets anders willen maken. Naast de aanhangers van de drie-eenheid, kunnen de Jehovah’s Getuigen het ook goed gebruiken bij hun foute leer dat de Vader Jehovah is en daarmee God en dat er vervolgens nog een apart geschapen “wezen” (van lagere orde) is, namelijk de zoon, Jezus Christus.

De betekenis van Vader in de Bijbel

Als je weet dat “Vader” in de Bijbel de betekenis heeft van “Gever”, van “Degene die voortbrengt”, van “Begin”, van “Die het Plan” maakt, van “Erflater”, als het in combinatie met “de Zoon” (Erfgenaam) genoemd wordt, dan is het nog niet zo’n probleem. Dan weet je dat wel te duiden. Dan weet je nog steeds dat het om de Ene Ware God gaat, het Ene Wezen Gods. Dan weet je nog steeds dat het God is die Zijn “Plan der eeuwen” uitwerkt ín de Here Jezus Christus; het “uitgedrukte Beeld Gods”. (Hebreeën 1) In die zin heeft God Hem “voortgebracht” en het Bijbelse woord dat daarbij past is “Vader”.

Vader in de Bijbel is degene die aan het begin staat. Meestal gaat het daarbij in de Bijbel niet om biologie. Eerst is er “vader”. Wij kennen de uitdrukking “de wens is de vader van de gedachte”. Dat heeft ook niks met biologie te maken. De uitdrukking zegt: het begint met de wens en die brengt daarna de gedachte voort. 

Vader van …

In de Bijbel geeft Genesis 4 : 20 en 21 twee voorbeelden van “vaders”, waarbij het heel duidelijk is dat het niet om biologie gaat:

“… Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden en vee hadden.”

“… Jubal; deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.”

Vers 22 zegt in de Statenvertaling:

Tubal-Kaïn, een leermeester van allen werker in koper en ijzer

Hier wordt in het Hebreeuws een ander woord gebruikt dan in vers 21 en 22. Maar van zowel Jabal, Jubal én Tubal-Kaïn is duidelijk dat zij aan het begin stonden van … Dat heet in twee verzen “vader” en in één vers “leermeester”. 

Vader met “biologie” in de gedachten

Het probleem zit erin dat degenen die van de Here Jezus Christus een andere Persoon/Wezen (drie-eenheidsleer) maken, of het eerste schepsel van God (Jehovah’s Getuigen) 

– niet zijnde God – met deze verzen de verkeerde kant op kunnen gaan. En dat doen ze maar wat graag. Triomfantelijk zeggen de Jehovah’s Getuigen: “Zie je wel, God is de Vader van de Here Jezus Christus. Dat staat hier toch.” Daarbij hebben zij “biologie” in gedachten. Dat zeggen zij ook, als het besproken wordt. Zij verklaren deze Vader / Zoon vergelijkend met een vader en zoon bij ons mensen.

Maar met biologie heeft deze Vader en Zoon niets van doen. Het gaat om verhoudingen tot elkaar (“Begin en Vervolg”) in combinatie met de “functie” die er in de eerste plaats in het begrip Vader en in het begrip Zoon gestopt zijn door de grote Auteur van Bijbel. En die gaan niet over de biologie van een uit een vader en moeder geboren kind.

Het voorzetsel “van” in de zes genoemde verzen is dus – omdat het onnodig verwarring kan veroorzaken – wat mij betreft niet de beste keuze. Het idee van twee Wezens op basis van deze vertaling is zo in tegenspraak met andere Schriftgedeelten waar klip en klaar wordt gezegd dat Jezus Christus de Ware God is. De Ene dus. Eén Wezen Gods, wel in meerdere hoedanigheden, maar altijd Eén Wezen. 

God, Zaligmaker, Vader, Heere Jezus Christus

Dat Ene Wezen Gods is goed te zien in een aantal voorbeelden uit het Nieuwe Testament, met als verbindend woord “Zaligmaker” (Grieks: “souter”):

Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en (= namelijk) den Heere Jezus Christus, Die onze Hope is,

Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; …

Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, …

…, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, ….

Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en (= namelijk) den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.

… opdat zij de leer van God, onzen Zaligmaker, …

… heerlijkheid van den groten God en (= namelijk) onzen Zaligmaker Jezus Christus; …

… de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, …

Denwelken Hij (God) over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;

… door de rechtvaardigheid van onzen God en (= namelijk)Zaligmaker, Jezus Christus;

… de kennis van den Heere en (= namelijk) Zaligmaker Jezus Christus

… wast op in de genade en kennis van onzen Heere en (= namelijk) Zaligmaker Jezus Christus

En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.

Den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen.

De Ene Ware God is de Zaligmaker van allen die in Hem geloven. Die “Hem”, die “Zaligmaker” en dus ook “God” wordt ons in het Nieuwe Testament getoond als de Here Jezus Christus. Niks moeilijks aan…

“Van” vervangen door een komma

Wat mij betreft zou de correcte vertaling van de zes verzen met de constructie “den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus” er als volgt uitzien. “Van” is dan vervangen door een “,” Die kleine aanpassing maakt het direct veel duidelijker, zoals blijkt uit Romeinen 15 : 6:

Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader, onzen Heere Jezus Christus.

Veel duidelijker dus, wat mij betreft, en in overeenstemming met de rest van Gods woord.

Als we dit zouden laten staan:

Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.

dan ziet het er uit dat de gelovigen opgeroepen worden om eendrachtelijk God de Vader te verheerlijken. De verheerlijking van de Here Jezus Christus is dan niet in beeld. In ieder geval niet in dit Bijbelvers en ook niet in de vijf vergelijkbare verzen. En juist dat lijkt mij niet te kunnen in de brieven en boeken van het Nieuwe Testament. Die gaan alleen maar over de verheerlijkte Christus. (Hebreeën 5 : 5) Alle apostelen noemen zich “dienstknechten van de Here Jezus Christus”. Zij verheerlijken Hem wel degelijk. Zij zetten Hem op de hoogste plaats (de hoogste Naam) die er is (Handelingen 4 : 12) En dan zou het in deze 6 verzen in hoogste instantie ineens niet meer om Christus gaan? Nee, dat kan niet waar zijn!

Nog vijf Bijbelverzen aangepast

De 5 andere verzen “aangepast” zijn als volgt:

2 Korinthiërs 1 : 3

Geloofd zij de God en Vader, onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en (= namelijk) de God aller vertroosting;

2 Korinthiërs 11 : 31

De God en Vader, onzen Heere Jezus Christus, Die geprezen is in der eeuwigheid, weet, dat ik niet lieg.

Efeze 1 : 3

Gezegend zij de God en Vader, onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.

Kolossenzen 1 : 3

Wij danken den God en Vader, onzen Heere Jezus Christus, altijd voor u biddende;

1 Petrus 1 : 3

Geloofd zij de God en Vader, onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.

Een bijzin die nader verklaart

Het “onzen Heere Jezus Christus” is nu in alle gevallen een bijzin geworden. Die verklaart nader over de direct ervoor genoemde “God en (= namelijk) Vader”. Anders gezegd: 

“Onze Here Jezus Christus, de Vader (oorsprong/gever) der barmhartigheden, is de God van alle vertroosting en daarom zij God, Die ook Vader is, geloofd.”

In deze verzen gaat het altijd over de relatie tussen gelovigen en God. Die kan er alleen maar zijn ín de Here Jezus Christus (er is geen andere Naam …; Handelingen 4 : 12) Daarom wordt Hij ook consequent genoemd als God, als die Vader (Gever), gedankt, gelooft (van “loven”) en gezegend moet worden.

Het Griekse woord “hēmōn”

Voor wie zich afvraagt of je een vertaling in een Bijbeltekst met “van onzen …” kunt wijzigen in “, onzen …”, heb ik als antwoord dat er dus een goede reden is om dat te doen. Nogmaals, het wordt er duidelijker op en is consistent met wat de Bijbel leert op dit gebied. 

Daarnaast biedt het Griekse woord “hēmōn”, dat vertaald dient te worden, zeker ruimte om te kiezen voor een andere vertaling dan waar de statenvertalers voor kozen. Het woordje “van”, direct voor “onzen”, staat niet expliciet in de grondtekst. Het is een interpretatie van de vertalers. Er staat op die plaats alleen het Griekse woordje “hēmōn” (Strong G2257), wat in het Engels 410 x gebruikt wordt in het Nieuwe Testament. Het wordt meestal vertaald met “our” (313 x), in het Nederlands “onze”. Het wordt ook vertaald met “ons” (“us” 82 x) en met “wij” (“we” 12 x).


Zes Bijbelverzen met “de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.