Les 14 – Genesis

Les 14 – GENESIS

VRAGEN VOOR ZELFSTUDIE (Les 14)

  1. Maak een lijst van de dingen, instellingen, enz, die in Genesis hun begin hebben. 
  2. Wat was de morele toestand van Adam en Eva vóór de zondeval?
  3. Wat was hun positie op de aarde?
  4. Werd de Wet der Tien Geboden aan hen gegeven?
  5. Welke zonde begingen zij?
  6. Wie zette hen daartoe aan?
  7. Welk bewijs hebben wij in het Nieuwe Testament dat de satan de verleider was?
  8. Hoe trachtten zij zich geschikt te maken om voor Gods aangezicht te verschijnen?
  9. Welk bewijs gaf Adam van zaligmakend geloof? (Zie Genesis 3:20).
  10. Op welke wijze beeldde God Zijn verlossingsplan aan Adam en Eva uit?
  11. Waarom werd Abels offer aangenomen en Kaïns offer verworpen? (Hebreeën 11:4).
  12. Kent de Schrift bloedeloze offers?
  13. Hoe kan het boek Genesis worden ingedeeld?
  14. Geef twee verzen die wijzen op de persoonlijkheid van God.
  15. Geef twee verzen die Zijn heerlijkheid bewijzen.
  16. Geef twee verzen die Zijn liefde voor de zondaar tonen.
  17. Wat was het eerste “algemene oordeel”?
  18. Waarom kwam dat oordeel?
  19. Welk verbond maakte God met Noach?
  20. Wat was het tweede algemene oordeel?
  21. Welk verbond maakte God met Abraham?
  22. Wie was Abrahams eerstgeborene?
  23. Wie was Abrahams erfgenaam?
  24. In welk opzicht waren deze twee kinderen typen?
  25. In welke opzichten is Izak een type van Christus?
  26. Vermeld het onderscheid tussen het aardse en hemelse zaad van Abraham.
  27. Tot welk van deze twee zaden behoort Izak?
  28. Tot welk van deze twee zaden behoort Paulus?
  29. Welke twee klassen van typen en profetieën betreffende Christus vinden wij in het Oude Testament?
  30. In welk opzicht is de zon een type van Christus?
  31. In welk opzicht is Adam een type van Christus?
  32. Geef de voornaamste oudtestamentische voorbeelden van het lam als een type.
  33. Hoe was de ark een type van Christus?
  34. Wie was Melchizedek?
  35. In welke opzichten was Jozef een type van Christus?

IN DEN BEGINNE (Genesis 1:1)

Het boek “Genesis” is het boek van het begin. Het woord zelf duidt dat al aan, want “genesis” betekent “wording” of “oorsprong”. Dit woord geeft de verhouding aan van het eerste Bijbelboek tot de andere Bijbelboeken. 

In Genesis worden alle dingen, zowel de stoffelijke als de morele, door directe openbaring, door illustratie of door typen tot hun oorsprong teruggevoerd. Genesis wordt wel eens de “Kiem van de Bijbel” genoemd, omdat alle belangrijke heilswaarheden daarin “in kiem-vorm” te vinden zijn. In de rest van de Bijbel komen de “kiem-waarheden” van Genesis tot verdere wasdom en bloei. Daarom is dit boek zo uitermate belangrijk!

In Genesis vinden wij niet alleen het begin van de schepping en van het plantaardig, dierlijk en menselijk leven, maar ook het begin van alle instellingen en verhoudingen in de menselijke samenleving. Zoals daar zijn:

  1. Het begin van het geschapen heelal – Genesis 1:1
  2. Het begin van de mens – Genesis 1:27
  3. Het begin van de sabbat – Genesis 2:2-3
  4. Het begin van het huwelijk – Genesis 2:22-24
  5. Het begin van de zonde – Genesis 2:16, 17 en 3:6, vgl. 1 Johannes 3:4 
  6. Het begin van offerande en verlossing – Genesis 3:21; Jesaja 61:10
  7. Het begin van profetie – Genesis 3:15
  8. Het begin van menselijke heerschappij – Genesis 9:1-6
  9. Het begin van de naties – Genesis 11
  10. Het begin van Israël (het uitverkoren volk) – Genesis 12:1-3

I. HISTORISCH

Het boek Genesis begint met het verslag over de schepping van het heelal, en de schrijver heeft voor dit verslag maar één enkele zin nodig: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Eenvoudiger en korter kan het al niet! Hoe en wanneer God hemel en aarde geschapen heeft, wordt ons niet geopenbaard. We vinden slechts de vermelding van het blote feit dat God alle dingen geschapen heeft, hoe lang dat overigens ook geleden mag zijn.

Genesis 1:1 heeft betrekking op de oorspronkelijke schepping, die wij “oerschepping” noemen. Deze “oerschepping” werd door God tot stand gebracht in een ver verwijderd datumloos verleden, dat eventueel voldoende ruimte biedt voor al de geologische eeuwen, die volgens de moderne wetenschap gepasseerd zouden moeten zijn.

De hemel en de aarde van de oer-schepping zijn ten onder gegaan. Tussen de oer-schepping van Genesis 1:1 en de “woeste en ledige en duistere” aarde van vers 2 ligt een periode van onbekende lengte. De uitdrukking (letterlijk) “de aarde nu was (werd) woestheid en ledigheid en duisternis” is geen beschrijving van het voltooide scheppingswerk van vers 1.

Wij moeten ook op grond van o.a, 2 Petrus 3:5-7 concluderen, dat tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:2 een of andere grote pré-Adamitische catastrofe heeft plaats gehad, die de wereld in de verschrikkelijke chaotische toestand gebracht heeft, welke beschreven wordt door de woorden “woestheid en ledigheid en duisternis”.

Er zijn enkele aanwijzingen in de Schrift dat de ondergang van de oerschepping van Genesis 1:1 verband houdt met de morele val van de duivel en zijn engelen. Zie Ezechiël 28:1215 en Jesaja 14:9-14.

Deze ondergang wordt als oordeel door God in het Nieuwe Testament aangeduid als “de nederwerping der wereld”, volkomen ten onrechte vertaald met “grondlegging der wereld” (Mattheüs 13:35; 25:34; Lukas 11:50; Johannes 17:24; Efeze 1:4; Hebreeën 4:3; 9:26; 1 Petrus 1:20; Openbaring 13:8; 17:8).

Hoe het ook zij, het is ons wellicht niet toegestaan om in het verre, mysterieuze verleden dieper door te dringen. Wel wordt ons medegedeeld hoe God deze oude wereld – na die grote catastrofe – herstelde en in gereedheid bracht tot woonplaats voor de mens, en hoe Hij de mens schiep en hem op aarde stelde om zijn Maker te verheerlijken.

Vanaf vers 3 hebben wij een verslag van Gods werkzaamheid in “de zes dagen” om de “woeste, ledige en duistere” aarde te herstellen, te vernieuwen en bewoonbaar te maken voor de mens.

De geschiedenis begint met de komst en de verschijning van de mens op het wereldtoneel. In deze zin omvat het boek Genesis een periode van ongeveer 2500 jaren van menselijke geschiedenis. 

De tijd-indeling is als volgt:

  • Van Adam tot de Zondvloed – 1656 jaren
  • Van de Zondvloed tot de roeping van Abraham – 427 jaren
  • Van de roeping van Abraham tot de dood van Jozef – 286 jaren

De belangrijkste historische gebeurtenissen zijn:

  • De toebereiding van de woeste en ledige aarde voor organisch leven 
  • De schepping van de mens
  • Zijn val uit de staat van onschuld
  • Zijn verlossing door offers
  • Het Verbond met Adam
  • De zondvloed van Noach
  • Het Verbond met Noach
  • De roeping van Abraham
  • Gods verbond met Abram, Izak en Jakob
  • Het vertrek van de gehele Hebreeuwse familie naar Egypte.

    De moraal van deze lange geschiedenis is het droevig en hopeloos falen van de mens, onder welke omstandigheid hij ook leefde en onder welke verantwoordelijkheid God hem ook stelde. Het boek begint met de vermelding van de schepping van de mens in een paradijs van ongekende schoonheid en het eindigt met de veelbetekenende woorden: “een (lijk)kist in Egypte”.

II. BIOGRAFISCH

Van het grote aantal levensbeschrijvingen, die in dit boek voorkomen, zijn die van de volgende personen de belangrijkste: Adam, Eva, Kaïn, Abel, Henoch, Noach, Abraham, Sara, Izak, Ismaël, Jakob, Ezau en Jozef. U dient de geschiedenissen van deze aartsvaders en alle vermelde bijzonderheden en gebeurtenissen in hun levens zo nauwkeurig te bestuderen, dat u in staat bent om uit uw hoofd een uitvoerige levensbeschrijving van deze mensen te geven.

III. ANALYTISCH

Wij kunnen het boek Genesis verdelen in vijf delen:

  1. De schepping – 1:1-2:25
  2. De val, het oordeel en de verlossing – 3:1-4:7
  3. De geschiedenis der twee zaden, Kaïn en Seth, tot de zondvloed – 4:8-7:24 
  4. Van de zondvloed tot Babel – 8:1-11:9
  5. Van de roeping van Abraham tot de dood van Jozef – 11:10-50:26

IV. GEESTELIJK

We treffen weinig expliciete leerstellige waarheden in het boek Genesis aan. De waarheid Gods wordt ons geopenbaard in typen, beloften en handelingen.

  1. U dient bijzondere aandacht te schenken aan die gedeelten die de persoonlijkheid van God illustreren. Zijn eeuwigheid, heiligheid, macht, weldadigheid, wil, haat jegens de zonde, liefde voor de zondaar.
  2. Volg nauwkeurig de lijn van de Messiaanse beloften: Genesis 3:15; 12:3; 17:15, 16; 21:12; 22:18; 25:23; 28:13,14; 49:10.
  3. Bestudeer zorgvuldig het Abrahamitisch Verbond, dat bevestigd werd aan Izak en Jakob. Genesis 12:1-3; 13:14-17; 15:1-6; 17:2-22; 22:15-18; 28:10-14.

In dit verband vinden wij de volgende beloften:

  1. Aardse zegeningen – een land, rijkdom, beschaving, enz.
  2. Een aards zaad, even talrijk als het “stof der aarde” (13:16; Johannes 8:33, 37).
  3. Een hemels zaad, even talrijk als “de sterren des hemels” (15:5).
    Vervuld in alle tegenwoordige gelovigen
    (Romeinen 2:28, 29; 4:16; Romeinen 9:6-8; Galaten 3:29).
  4. Geestelijke beloften, zoals “Ik zal u zegenen … en tot een zegen stellen”.
  5. De belofte van de Messias, die volgens andere Schriftgedeelten in een bijzondere verhouding zal staan, enerzijds tot het aardse zaad van Abraham en anderzijds tot zijn geestelijk zaad.

Opmerking:
De algemeen voorkomende leer dat Israël voor eeuwig is terzijde gezet, omdat zij hun Messias verworpen hebben, en dat de Christenen sindsdien en voor eeuwig de erfgenamen van de Joodse beloften zijn, mist elke Bijbelse grond. Israël heeft als volk een geheel eigen plaats in Gods heilsplan en gaat als zodanig nog een grote en wonderbare toekomst tegemoet.

De Christenen, als het hemels zaad van Abraham, mogen aanspraak maken op de geestelijke zegeningen die God aan Abraham heeft beloofd. De Gemeente heeft, als het lichaam van Christus, ook haar eigen positie in Gods heilsplan en daarom tevens haar eigen beloften en toekomst. Ze wordt in de oudtestamentische geschriften niet expliciet gevonden, en was voor die mensen en in die eeuwen verborgen in God (Efeze 3:5, 9, 10; Romeinen 16:25; Kolossenzen 1:26, 27).

V. TYPOLOGISCH

Het boek Genesis is zeer rijk aan “typen”. Wij geven hieronder een lijst van de voornaamste typen.

1. Typologische personen

Adam – type van Christus
Eva – type van de Gemeente uit Christus
Kaïn en Abel – vleselijk tegenover geestelijk = religie tegenover geloof 
Henoch – type van de komende opname en verheerlijking van de Gemeente 
Noach – type van het toekomstige overblijfsel van Israël
Lot – type van een wereldsgezinde gelovige
Melchizedek – type van Christus als Priester-Koning
Hagar en Sara – Wet tegenover Genade
Ismaël en Izak – Vlees tegenover Geest = slavernij tegenover vrijheid 
Abraham – type van de Vader
Izak – type van de Zoon
Eliëzer – type van de Heilige Geest
Rebekka – type van de bruid
Jozef – type van Christus in Zijn vernedering en verhoging

2. Typologische zaken en gebeurtenissen

De Zon – type van Christus
De Maan – type van de Gemeente/Israël
De Sterren – typen van de heiligen
De Zeven – dagen typen van de bedelingen
De Sabbat – type van geestelijke rust
Rokken van vellen – type van toegerekende gerechtigheid 
Abels Lam – type van Golgotha
De Zondvloed – type van oordeel
De Zondvloed – type van wedergeboorte (1 Petrus 3:21)
De Ark – type van Christus en de Gemeente
De Raaf – type van de oude natuur
De Duif – type van de nieuwe natuur = Heilige Geest 
Vuur van Sodom – type van het laatste oordeel
De Ram (22) – type van Christus als Plaatsvervanger 
Egypte – type van de wereld

In al deze typen liggen waarheden verborgen, die u nauwkeurig dient te bestuderen. Wij willen hier slechts volstaan met te wijzen op enkele opvallende typen van Christus.