Les 53 – Het Boek Daniël

Les 53 – HET BOEK DANIËL

VRAGEN VOOR ZELFSTUDIE (Les 53)

  1. Onder welke naam is Daniël bekend onder de profeten?
  2. God zond Daniël naar Babel om de heidenen een grote waarheid te leren. Welke?
  3. Noem minstens zeven goede eigenschappen van Daniël.
  4. In welke opzichten is Daniël een type van Christus?
  5. Wanneer begonnen “de tijden der heidenen”?
  6. Wanneer zullen zij eindigen?
  7. Welke wereldmachten worden getoond in het visioen van Nebukadnezar?
  8. Welke is de laatste van de vier grote wereldrijken?
  9. Wanneer wordt het “Koninkrijk der hemelen” opgericht?
  10. Waar is in het boek van Daniël sprake van de antichrist?
  11. Geef met uw eigen woorden een verklaring van Daniël 2.
  12. Geef met uw eigen woorden een verklaring van Daniël 7.

A. DE PERSOON VAN DANIËL

I. ZIJN PLAATS ONDER DE PROFETEN

Daniël is bekend als de profeet van de “tijden der heidenen”. Terwijl de andere profeten hoofdzakelijk tot Israël profeteerden, en een enkele maal ook tot andere volken, heeft Daniël geen enkele boodschap voor Israël. Wel staan er in zijn boek dingen betreffende Israël. Maar hoewel hij bij gelegenheid spreekt namens zijn volk (Daniël 9:5 e.v.), spreekt hij zijn volk nergens aan. Hij heeft alleen te maken met de heidenen. 

Eerst ontmoeten wij hem aan het hof van de koning van Babel, later krijgt hij visioenen over de toekomst, maar nooit zegt hij iets tot of over de Joden in Babel. In de voorgaande profetische boeken zijn we bekend gemaakt met het gewichtige feit dat God het volk, dat Hij als Zijn getuige op aarde verkoren had, tijdelijk terzijde gesteld had. Maar zij hadden hun onwaardigheid voor deze hoge opdracht zó duidelijk bewezen, dat God de wereldheerschappij in de handen van de heidenen legde. Israël had de kans gehad de opperste regerende natie van de wereld te worden.

In het wonderbare hoofdstuk 28 van Deuteronomium heeft God onder meer, maar alleen op voorwaarde van gehoorzaamheid, beloofd dat Hij Israël tot een hoofd” zou stellen van alle volken (vs. 12, 13). Maar die éne voorwaarde van gehoorzaamheid wilden zij niet volbrengen. Toen dat duidelijk was gebleken, gaf God de macht die Hij aan Israël had willen geven, in handen van anderen. 

Babel was de eerste heidense natie waaraan God de wereldmacht gaf en Hij liet toe dat Nebukadnezar de Joden overwon en Jeruzalem innam. Op de dag dat God Jeruzalem aan Nebukadnezar overleverde, begonnen “de tijden der heidenen”, vermeld in Lukas 21:24.

Nu God de wereldheerschappij aan Babel had gegeven, zond Hij Daniël naar het hof van de koning, om Hem daar te vertegenwoordigen en om de koning Zijn wil aan te zeggen. Want zowel de heidenen als de Joden moesten leren dat het behoud van macht en zegen afhankelijk is van gehoorzaamheid aan God.

Zo was dan het levenswerk van Daniël om de heidenvolken de gebeurtenissen aan te zeggen, die onder hen zouden plaats hebben gedurende “de tijden der heidenen”, dat is de tijd, waarin de politieke heerschappij in handen is van de heidenen. Deze tijd is begonnen in 606 vóór Christus en zal eindigen bij Zijn wederkomst in heerlijkheid.

II. ZIJN PERSO0NLIJKE GESCHIEDENIS

Daniël was van adellijke afkomst, misschien een afstammeling van koning Hizkia en volgens de profetie (2 Koningen 20:17, 18; Jesaja 39:7; Daniël 1:3) is hij als jongen met drie andere jongemannen van adel naar Babel gevoerd. Deze vier knapen waren schoon van uiterlijk, van hoge afkomst, intelligent en welopgevoed (1:4) en het is niet te verwonderen dat Nebukadnezar hen had uitgekozen om tot zijn dienst te worden opgeleid. Hij heeft verandering gebracht in hun verblijfplaats, hun taal, hun namen, hun bezigheden en hun voedsel, maar hun karakter kon hij niet veranderen. Hij zou ondervinden dat hun karakter onder alle omstandigheden zou blijven uitblinken.

Zij kregen namen die afgeleid waren van de Babylonische goden, maar zij waren niet van plan die goden te aanbidden en dachten er niet over te gaan leven zoals de Babyloniërs. Zij waren overtuigde aanbidders van God en vastbesloten dit te blijven. De koning wilde van deze Hebreeërs wijze mannen maken en wilde dit op wereldse wijze volbrengen. Maar Daniël ging Gods weg. Zie het resultaat in 1:19, 20. De wijsheid van God gaat altijd verre uit boven de wijsheid van de wereld. Daniël en zijn vrienden stegen snel op de politieke ladder van Babel (zie 2:48, 49; 3:30; 5:29; 6:2-4), maar hun succes veroorzaakte grote jaloersheid onder de andere officiële personen en dezen smeedden een geraffineerde samenzwering tegen Daniėl (Daniël 6).

Wat een lof zwaaiden deze mensen onbewust Daniël toe, toen zij zeiden: “Wij zullen tegen dezen Daniël geen gelegenheid vinden, tenzij wij tegen hem iets vinden in de wet zijns Gods” (vs. 6). Tevergeefs hadden zij geprobeerd een fout te vinden in zijn bestuur, zodat er kans bestond dat Daniël zou worden aangesteld tot bestuurder over het gehele gebied van Babylon en dat moest verhinderd worden. Nu kwamen zij tot de conclusie, dat als zij een geschil konden veroorzaken tussen de koning Darius en de Heere, Daniël stellig de zijde van de Heere zou kiezen. En zo konden zij zijn val bewerken.

Daniël had een lang en nuttig leven. Hij profeteerde vanaf Nebukadnezar tot Cyrus (Kores) (2:27 en 6:29). Hij was een tijdgenoot van Jeremia en Ezechiël, van Ezra en Zerubbabel en ook van Josua, de hogepriester van de terugkeer in het land.

II. ZIJN KARAKTER

Het is voor iedereen zeer de moeite waard studie te maken van het karakter van Daniël. Hij is een voorbeeld, dat tot in bijzonderheden dient te worden nagevolgd. Hij is een van de weinigen waarover alleen goede dingen worden vermeld. En hij schijnt in het Oude Testament de tegenhanger te zijn van Johannes in het Nieuwe Testament, want tot drie maal toe wordt hij de “zeer gewenste man” genoemd (9:23; 10:11, 19).

1. Vastberaden
De meest opvallende karaktertrek van Daniël is wel zijn vastberadenheid. Hij had zich voor-genomen zich niet te verontreinigen en zich verre te houden van alles wat in Gods ogen onrein was. Dit vaste besluit van Daniėl is de sleutel tot zijn gehele leven. Van het begin tot het einde heeft hij onwankelbaar volhard in wat hij zich had voorgenomen te doen.

2. Wijs, tactvol en hoffelijk
Van deze eigenschappen kunt u een illustratie vinden in 1:8, 11-13. Hij dwong niets af, maar “verzocht” beleefd aan de overste der hovelingen een tiendaagse proef te nemen met ander voedsel.

3. Kennis van de Schrift
Daniël maakte een gedegen studie van het Woord van God, met name van de boeken van Mozes (zie 9:11-13).

4. Dapper
Hij aarzelde niet de meest trotse koning van de wereld een vernedering aan te zeggen die zijn weerga niet kent in de geschiedenis (4:19-26). Hij had de moed de eetzaal van een brassende koning binnen te gaan, om hem aan te zeggen dat het uur van zijn ondergang was aangebroken (Daniël 5).

Hij ging rustig naar zijn kamer, om voor het open venster ten aanzien van zijn loerende vijanden neer te knielen voor zijn geregeld gebed (Daniël 6). Zij hadden volkomen gelijk gehad met te veronderstellen dat hij niet zou wankelen in zijn trouw aan God. Zelfs de woedende, hongerige leeuwen ging hij moedig en kalm tegemoet met hetzelfde vertrouwen op God als tegenover zijn kwaadaardige politieke vijanden.

5. Bescheiden en nederig
Ook Daniëls nederigheid moeten we niet over het hoofd zien. Hij schreef de verklaring van de droom helemaal niet aan zichzelf toe, maar gaf God al de eer (2:28-30).

6. Geloof en behoefte aan gebed
De grootste van Daniëls deugden was zeker wel zijn onwankelbaar geloof in God en zijn wonderbaar gebedsleven. Een sterk bewijs van zijn grote geloof vindt u in 2:13-28 en betreffende zijn gebedsleven 6:11. Merk op, dat zijn gebed was: gelovig, eerbiedig, dagelijks op vaste tijden. Juist daardoor was het in tijden van gevaar zo effectief. Men moet niet denken dat men veel resultaat zal bereiken wanneer men alleen bidt als men in nood of gevaar is. Verlossing of bevrijding zal alleen het gevolg zijn van een leven van gebed.

IV. DE TIJD WAARIN HIJ LEEFDE

Er zijn belangrijke perioden geweest in de wereldgeschiedenis, maar de tijd waarin Daniël leefde en profeteerde is wel een van de merkwaardigste, zowel van menselijk als van Goddelijk standpunt uit gezien. Het was immers juist het begin van die nieuwe orde van zaken, die in de Schrift wordt aangeduid als “de tijden der heidenen” (Lukas 21:24). Het is van belang twee dingen in het oog te houden:

  1. Wat betekent de uitdrukking “tijden der heidenen”?
  2. Wanneer begon deze periode en wanneer eindigt zij?

Hoewel wij op de voorgaande bladzijden al enige malen hierover geschreven hebben, willen wij om reden van belangrijkheid nog even herhalen:

  1. De “tijden der heidenen” zijn die periode in de geschiedenis waarin de Davidische troon in Jeruzalem vacant is en de werelddominantie gelaten is aan de heidenen.
  2. Zij zijn begonnen bij de Babylonische ballingschap van Juda onder Nebukadnezar en zij zullen eindigen bij de wederkomst van Christus in heerlijkheid.

“Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden,
totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn” (Lukas 21:24).

God had de wereldheerschappij aangeboden aan Israël (Deuteronomium 28), maar Israël wilde niet voldoen aan die voorwaarde en daarom nam God in 606 vóór Chr. de mogelijkheid van de wereldheerschappij weg van Jeruzalem en gaf die aan de heidenen, met name aan Babel.

Nebukadnezar was de eerste heidense wereldheerser, die Israël geheel ten onder bracht. Andere koningen hadden hen wel voor een tijd schatplichtig gemaakt, maar Nebukadnezar voerde het volk weg en maakte hun land tot één geheel met zijn eigen gebied. Wij zien in dit boek hoe Nebukadnezar dit aanbod van God heeft aanvaard en hoe ook de latere wereld-heersers gehandeld hebben met de gave van de wereldmacht. Altijd hebben zij die misbruikt tot hun eigen grootheid en hoogmoed en nooit tot verheerlijking van Hem, Die hun deze macht had gegeven.

Wanneer wij Gods handelen met de Joden in ballingschap goed nagaan, zien wij dat Gods doel met deze verbanning is geweest het volk af te brengen van hun afgoderij. De Joden waren nu in een land, dat bekend was door zijn vele afgoden, zoals hun voorvaderen in het afgodische Egypte waren geweest. In Egypte had Jehovah door een reeks wonderen getoond niet vergeleken te kunnen worden met hun goden. Hij had vooral Zijn grote macht getoond, omdat die het verduisterde heidense verstand aanspreekt. Zo lezen we in het boek Daniël weer hoe God Zijn onbeperkte macht openbaart tegenover de machteloosheid van de Babylonische afgoden. Zo tracht Jehovah Zijn volk te bewegen Hem alleen te dienen. God had Juda nationaal onteigend, maar individueel konden zij te allen tijde rekenen op Zijn tegenwoordigheid, wijsheid, raad en bescherming op de eenvoudige voorwaarde die Hij van oudsher gesteld had: gehoorzaamheid aan Zijn Woord.

V. ZIJN ROEPING

Ons wordt niet meegedeeld, dat Daniël een speciale roeping heeft ontvangen, maar de omstandigheden waarin hij geplaatst werd en de grote behoefte, die er was aan een woordvoerder voor God, mogen wij wel beschouwen als een bewijs van zijn roeping.

B. HET BOEK VAN DANIËL

I. INLEIDING

Daniël was evenals Ezechiël een slachtoffer van de ballingschap. Hij was van koninklijken bloede (1:3) en wegens zijn hoge afkomst en zijn aantrekkelijk uiterlijk (vs. 4) werd hij aangewezen om opgeleid te worden voor de paleisdienst. Van die tijd af tot zijn dood in het derde jaar van Cyrus (in de Bijbel Kores genoemd) leidde hij te midden van de verdorven atmosfeer van een oosters hof, een buitengewoon vroom en nuttig leven. Dat het boek Daniël werkelijk door hemzelf geschreven is, wordt niet alleen in het boek zelf bevestigd, maar ook door onze Heer (Mattheüs 24:15). Hij was een tijdgenoot van Jeremia, van Josua de hogepriester van de terugkeer, en van Zerubbabel.

II. ALGEMENE OPMERKINGEN

Het boek Daniël is de onmisbare inleiding tot de profetie van het Nieuwe Testament. Deze laatstgenoemde geeft de beschrijving van de afval in de laatste dagen, het optreden van de antichrist, de Grote Verdrukking, die onmiddellijk voorafgaat aan de wederkomst des Heeren, de opstandingen en de oordelen. Al deze onderwerpen, behalve de eerste, worden in Daniël behandeld. Bovendien omspant zijn profetie de gehele periode van de heerschappij van de heidenen op aarde, vanaf Nebukadnezar tot de uiteindelijke vernietiging van de heidense overheersing en het oprichten van het Messiaanse Rijk.

Zo blijkt dan dat Daniël alleen staat te midden van de profeten, daar hij als voornaamste en centrale boodschap heeft: het beschrijven van de loop der wereldgeschiedenis. Bij de andere profeten worden de heidenen alleen genoemd in verband met Israël. Daniël geeft de loop van de overheersing van de wereld door de heidenen, alsook het karakter en het einde daarvan.